Mondkapjes wasbaar en herbruikbaar

Hoe een paardenweide onderhouden?

Goed onderhouden weidePaarden brengen hun tijd liever door in de weide dan in een kleine, afgesloten stal. Maar soms kan een weide ook een frustratie zijn voor het paard. Vooral als het een kleine en enige weide is. Een paardenweide goed en gezond onderhouden vraagt toch wel wat inspanningen.

De zorg voor de weide

Bij kleine weilanden met overbeweiding zullen de aanwezige eetbare grassen voor paarden snel verdwijnen. Als je maar 1 weide hebt verdeel het dan onder in 3 sectoren. Op het ene stuk laat je de dieren grazen. Het tweede laat je met rust en het andere kan onder onderhoud zijn.

Het gras begint in het voorjaar te groeien. Vanaf mei tot juli heeft het gras de hoogste voedingswaarde. In het begin van de zomer kan je het onkruid maaien en daarna de bodem slepen. Na een sleepbeurt heb je een weide waar het gras aan groeikracht wint. In de herfst geef je de paarden hooi als bijvoeding.

Hoe ziet een verzorgd weiland er uit?

Op een goede weide staat voedzaam gras en is er altijd een bak met vers water. Er zijn voldoende schaduwrijke plekken ter beschikking en er is ook beschutting aanwezig. Bij de dagelijkse controle check je de dieren en ook het hekken en de omheining. Indien er appelbomen of andere vruchtenbomen opstaan dan ruim je de afgevallen vruchten op om de kans op wormbesmetting te verkleinen. Als er onkruid opstaat dan verwijder je deze. Als er overbeweiding dreigt dan bemest je de weide en laat je deze een jaar rusten.

De paarden zijn aangewezen op wat ze op de weide vinden. Dat heeft zeker ook betrekking op vers water. De waterbak moet je dus controleren op mogelijke dode dieren, insecten, larven en uitwerpselen van vogels. Het is wettelijk verplicht om beschutting te voorzien tegen allerlei weersomstandigheden zoals hitte en koude. Dat kan bestaan uit een schuurtje met afdak of een groep bomen.

Hoe herken je een slecht verzorgde weide?

Een onverzorgd weiland herken je aan te hoog gras en kale, afgegraasde of met onkruid overwoekerde plaatsen. Achtergebleven ontlasting die de grond verontreinigd en de kans op een wormbesmetting verhoogt. Onder deze omstandigheden kunnen paarden ziek en ongelukkig worden.

Slecht onderhouden weiden betekent ook een weide die slecht omheind is. Of waar draden loshangen. Of weidepalen en hekkens die maar wankel zijn. Stokken of flessen die rondslingeren in de weide verhogen de kans op verwondingen. Ook op een steenachtige grond kunnen paarden zich verwonden. Dat geld tevens ook voor een glibberige bodem.

Een weide die volstaat met paardebloemen ziet er weliswaar idylisch uit maar het kan ongezond zijn voor de paarden. Als ze te veel paardebloemen eten kunnen er vergiftigingsverschijnselen optreden.

Onkruid zoals distels en netels is kenmerkend voor een onverzorgde weide. Giftige planten zijn daarentegen gevaarlijk. Meestal zullen de paarden alleen giftige planten enkel eten als ze honger hebben. Maar soms kan het ook mislopen met zelfs de dood tot gevolg. Verwijder de giftige vegetatie met de wortel erbij. Soms is omploegen en het opnieuw inzaaien de enige afdoende methode.

De meest voorkomende gifplanten voor paarden in de weide, wegbermen en sloten zijn:

  • Sint Jacobs kruid
  • Boterbloem
  • Zuring
  • Paardenstaart
  • Sint Janskruid
  • Bastaardklaver
  • Smeerwortel
  • Nachtschade
  • Waterscheerling

Hoe groot moet de weide zijn?

Een paard heeft minstens een halve hectare weide nodig, ideaal is 1 hectare. Paarden zijn kuddedieren en staan niet graag alleen. Zet minstens 2 paarden bij elkaar.

Video: 3 weideslepen getest, de GRS, Jako en Joskin

 

Bron: Mary Gordon Watson, R. Russell Lyon, Sue Montgomery, (1999), Horse (The Complete Guide), A Team Media Book, London, United Kingdom - https://www.dierenartsenpraktijk.com/paarden/giftige-weide-planten